Blog

Blog

rew

2010

Treerat

In de herfstvakantie, heb ik samen met mijn gezin een weekje doorgebracht in het Nationaal Park New Forest in Zuid-Engeland. Een gebied waar de grijze eekhoorn in groten getale voorkomt. Iedere ochtend waren ze in de tuin van ons logeeradres te vinden, waar ze rond een oude dikke eikenboom eikels verzamelden, die vervolgens op diverse plaatsen in de tuin werden verstopt. Een interessant en vooral amusant tafereel om gade te slaan. Toch is dit kleine schattige diertje verre van populair in Engeland. Ooit ingevoerd vanuit de Verenigde Staten, heeft de grijze eekhoorn zich daar bijzonder goed aangepast en is de populatie in de loop der jaren zo uitgebreid, dat zij de inheemse rode eekhoorn bijna helemaal verdreven heeft. Dit komt onder andere doordat het diertje drager is van een virus waartegen de rode eekhoorn niet bestand is. Bovendien veroorzaakt de grijze eekhoorn veel schade aan bomen door de schors weg te knagen. "Treerats" worden ze in Engeland dan ook wel genoemd en in de hoop de aantallen te reduceren is er zelfs een ware heksenjacht tegen ze ontketend. Nu was deze problematiek me niet geheel vreemd, maar ik was toch enigszins geschokt toen ik ontdekte dat het vlees van deze diertjes tegenwoordig volop in de Engelse slagerijen en supermarkten is te verkrijgen. Alle problematiek ten spijt, is mijn kijk en vooral die van mijn kinderen op de "treerat" louter positief. Het is gewoon een leuk acrobaatje, met een hoog knuffelgehalte.

gsbsh

Damhertenbronst

De paartijd van damherten wordt bronsttijd genoemd en vindt plaats tussen medio oktober en begin november. Normaal leven de vrouwtjes (hinden) en de mannetjes (herten) gescheiden van elkaar in roedels. De herten in mannenroedels en de hinden met hun kalveren in kaalwildroedels. Tegen de tijd dat de bronst aanbreekt, worden de herten onrustig en vallen de mannenroedels uiteen. Herten die nog te jong zijn om deel te nemen aan de bronst komen dan vaak nog wel in aparte groepjes voor. Damherten zijn niet territoriaal maar in de aanloop naar de bronst, veroveren de oudere herten hun eigen territorium, de bronstplaats. Ze markeren de bronstplaats door met hun kop tegen boompjes en struiken te vegen, maar ook door het krabben van ondiepe kuilen (bronstkuilen) die met urine worden besproeid. Bovendien slaan ze regelmatig met hun gewei tegen bomen en struiken. Concurrenten of indringers worden verjaagd of met gevechten buiten het territorium gehouden. Op de bronstplaats is het hert regelmatig liggend te zien in zijn bronstkuil, wachtend op bronstige hinden of onrustig heen en weer lopend waarbij hij een kenmerkend geluid laat horen, het zogenaamde burlen. Het burlen is het best te omschrijven als een enigszins gedempt knorrend geluid. De hinden verlaten de kaalwildroedel -soms vergezeld van een kalf of smaldier- om de herten op te zoeken bij hun bronstplaats. Zodra een hert een hinde heeft uitgekozen volgt hij haar enige tijd, waarna als de hinde er voor open staat, de paring plaatsvindt. In de bronsttijd is de hals van een hert verdikt, waardoor de adamsappel goed opvalt. Dit is goed te zien bij het kapitale hert op de foto.

dmbshh1

Uitsluipers

Libellen en juffers maken net als vlinders een metamorfose door. De ontwikkeling kent drie fasen en verloopt van eitje via larve tot volwassen libel of juffer, ook wel imago genoemd. Water is voor de voortplanting erg belangrijk. Eitjes worden meestal in het water of op waterplanten afgezet en de larven, leven uitsluitend in het water. Het larvale stadium is het groeistadium. Aangezien de huid van de larven niet elastisch is, moeten ze diverse keren vervellen om te kunnen groeien. De laatste vervelling vindt plaats als de larve volgroeid is. Afhankelijk van de soort, gaat de larve meestal op zoek naar een stevige stengel en kruipt het water uit. Daar barst de larvehuid open en kruipt het imago langzaam naar buiten. Dit wordt uitsluipen genoemd. Het lege larvehuidje (exuvia) blijft achter. Direct na het uitsluipen worden de vleugels met lichaamsvloeistof opgepompt om ze tot volle wasdom te laten komen. Vervolgens moet het imago drogen en uitharden. Pas als het hele lichaam droog en stevig genoeg is, kan het imago weg vliegen. Uitgeslopen imago's hebben nog weinig kleur. De echte kleuren ontstaan pas na enkele dagen. Omdat ik het uitsluipen heel graag eens live wilde zien, ben ik op een warme zonnige zomerochtend langs de oever van een waterwinkanaal in de duinen, op zoek gegaan naar uitsluipers van het lantaarntje, een soort die weinig voorkeur heeft voor een bepaald soort plant om uit te sluipen. Een korte inspectie langs de oever van het kanaal, leverde een aantal lege larvehuidjes op, van reeds uitgeslopen juffers. Enthousiast zocht ik verder en na enige tijd viel mijn oog op een met diverse lege larvehuidjes omgeven stengel, waarop een pas uitgeslopen lantaarntje hing. Ik was erg verheugd toen ik op diezelfde stengel ook nog een in volle gang zijnde uitsluiping ontdekte. De larve hing ondersteboven, de kop van het lantaarntje was al zichtbaar en de rest van lichaam wurmde zich langzaam uit de larvehuid. Gefascineerd heb ik dit alienachtige schouwspel gade geslagen en op foto vastgelegd. Heel bijzonder!

usshhvs

ubshh

Nestje

Als je zoon thuis komt van zijn voetbaltraining, met een verhaal over een nest konijntjes dat op het voetbalveld is ontdekt, ben je enthousiast. Als je vervolgens hoort dat het nest voor de kleedkamers onder een rek met borstels zit, ben je vooral verbaasd. "Ik wijs je het nestje morgen voor de wedstrijd wel even, Mam". Zo gezegd, zo gedaan. De volgende avond laat mijn zoon mij het nestje zien. Het is helemaal open, maar toch redelijk goed beschermd door het rek met borstels. De vijf kleintjes liggen in een ondiep kuiltje, bedekt met gras en een flinke hoeveelheid nesthaar, hebben de oogjes open, zitten goed in de vacht en lijken allemaal gezond. Ze genieten die avond grote belangstelling van de kinderen. Begrijpelijk, want het is ook erg schattig. Uniek ook, aangezien ze normaal in een nestholte dieper onder de grond liggen. Konijntjes worden kaal en blind geboren. De moederzorg is zeer beperkt en meestal worden de jongen maar Eén keer per dag gedurende een paar minuten, gezoogd. Na 10 dagen openen ze de ogen en na ongeveer 3 weken verlaten ze het nest. De volgende morgen ga ik vergezeld van mijn fotocamera, terug naar het nest om deze bijzondere situatie vast te leggen. De vijf konijntje zijn er nog en verkeren in goede gezondheid. Het is prachtig weer en ze koesteren zich heerlijk in het zonnetje. De kleintjes laten zich gewillig fotograferen, maar zijn wel erg beweeglijk. Ik vermoed dan ook dat het niet lang meer zal duren voordat ze nest zullen verlaten. Enige dagen later, blijkt mijn vermoeden juist te zijn, want naar verluidt hebben ze de volgende dag het nest verlaten ... En nu maar hopen dat ze het allemaal zullen redden.

nkbshh

Een bijzondere wildervaring

Na een paar uurtjes in een natuurgebied te hebben rondgestruind, zit de fotoapparatuur weer in mijn rugtas en ga ik op weg naar mijn fiets, als op een bospad mijn aandacht wordt getrokken door een luid kwinkelerende vogel. Ik besluit op het geluid af te gaan om te achterhalen welke vogel daar zo'n vrolijk liedje zit te verkondigen en stap geconcentreerd luisterend, van het bospad af. Amper drie stappen verder wordt die concentratie abrupt verbroken en klinkt er een krakend geluid onder mijn schoen; ik trap op een tak! Even denk ik: "weg vogel!", maar die gedachte is vrijwel direct verdwenen als er op datzelfde moment geritsel, gekraak en gedempt hoefgetrappel klinkt. Ik schrik, kijk om me heen en mijn blik kruist een vluchtend damhert. Het blijkt een mannetje met een fors gewei te zijn, dat kennelijk door mijn lawaai is opgeschikt. Het beest maakt zich met grote sprongen uit de voeten, daarbij moeiteloos hindernissen, als gevelde bomen en zijn weg versperrende struiken nemend, om vervolgens achter een aantal dikke bomen uit mijn zicht te verdwijnen. Als het beest een ogenblik later weer in mijn blikveld verschijnt en verder wegrent, registreer ik iets vreemds en begin serieus aan mijn waarnemingsvermogen te twijfelen. Ik ben er immers zeker van dat ik een mannetje heb zien vluchten, terwijl ik ogenschijnlijk een hinde zie. Ik kijk nog eens goed of er misschien niet meer herten in de buurt zijn, maar bespeur echt alleen maar dat ene damhert. Mede gezien de tijd van het jaar -het is half april- dringt het echter al snel tot mij door dat dit maar één ding kan betekenen: het damhert heeft tijdens zijn vlucht, beide geweistangen afgeworpen! Enthousiast en in gedachten al bij mijn zoontje, waar ik drie dagen geleden nog een vruchteloze zoektocht naar afgeworpen geweistangen mee heb gemaakt, loop ik ingespannen de bosbodem afzoekend, in de richting van de dikke bomen. Ik kan mijn geluk dan ook niet op als het zoeken wordt beloond met twee prachtige, nagenoeg onbeschadigde geweistangen. Eenmaal op de fiets naar huis -beide stangen in de hand vasthoudend- heb ik veel bekijks en realiseer me dat ik een geweldige en onvergetelijke wildervaring rijker ben. En mijn zoontje: die is haast nog enthousiaster dan ik en heeft de stangen de volgende dag vol trots mee naar school genomen. Echter vastbesloten er ooit ook zelf een te vinden ...

Gepubliceerd in het tijdschrift Grasduinen, oktober 2008.