Blog

Blog

rew

Vogels

Een beetje anders ...

Ik heb een bescheiden lijstje met vogelsoorten die ik graag eens zou zien en fotograferen. De pestvogel is er daar een van. Nog steeds eigenlijk, want een aantal jaren geleden heb ik al eens pestvogels gezien en zelfs gefotografeerd. In tegenstelling tot de beleving waren de foto’s destijds echter niet zo geweldig, zodat deze prachtige vogel met zijn karakteristieke kuif nog steeds op mijn wenslijstje staat. Pestvogels laten zich in Nederland alleen gedurende de herfst en de winter zien, maar de aantallen wisselen per jaar sterk. In sommige winters worden ze nauwelijks gezien, terwijl ze in andere jaren in groten getale kunnen opduiken. Dit hangt samen met de beschikbaarheid van voedsel. Pestvogel eten in de zomer vooral insecten en in het najaar en de winter voeden ze zich met bessen. Bij een tekort aan bessen in hun normale verspreidingsgebieden, de uitgestrekte naaldbossen van Noord-Scandinavië en West-Rusland, trekken ze door honger gedreven weg. Ze zakken dan in groepen af richting het zuiden op zoek naar voedsel. Vogels die in Nederland opduiken, foerageren vaak op de bessen van de liguster, lijsterbes, vuurdoorn en Gelderse roos.
Enkele weken geleden deed zich een tweede kans voor om pestvogels te fotograferen toen een groepje van 11 vogels in een nabijgelegen dorp werd gezien. De vogels zaten in een hoge boom in een woonwijk en vlogen af en toe naar een in fraaie herfstkleuren getooide lijsterbes om zich tegoed te doen aan de bessen. De regen maakte het fotograferen echter niet gemakkelijk en ondanks een goed ingepakte camera en het gebruik van een paraplu, was het vanwege de positie van de vogels erg lastig om spetters op de lens te voorkomen. Uiteindelijk lukte het gelukkig toch een aantal goede beelden te maken, waarvan een beeld me bijzonder aansprak, kleurrijk en een beetje anders ....

pvshh

(400 mm | iso 1250 | F 4 | 1/160 sec)

Uiltje knappen

Hoewel het woord “uiltje” in de uitdrukking “een uiltje knappen” oorspronkelijk naar een vlinder verwijst, is de betekenis overdag een dutje doen, zeker van toepassing op uilen. De meeste uilen zijn immers ’s nachts en in de schemering actief en rusten overdag. De ransuil, een middelgrote uil van ongeveer 36 cm met lange oorpluimen en oranje ogen, is een nachtactieve uil. Ransuilen vormen in de winter groepen en verzamelen zich op plaatsen waar ze gezamenlijk rusten, de zogenaamde roestplaatsen. Vaak zijn dat groenblijvende bomen, maar soms worden ook wel loofbomen gebruikt, zolang die genoeg beschutting geven. Niet zelden bevinden roestplaatsen zich in of in de nabijheid van bewoond gebied en vaak worden ze zelfs jarenlang achtereen gebruikt. Het aantal uilen op deze slaapplaatsen kan variëren van enkele tot vele tientallen exemplaren. In het voorjaar als het voortplantingsseizoen begint, verlaten de ransuilen geleidelijk aan de roestplaatsen en vestigen ze zich in een broedterritorium. De broedplaatsen liggen doorgaans in de buurt van de roestplaatsen.
Enige tijd geleden ontdekte ik -samen met mijn dochter- bij toeval zo’n roestplaats. In eerste instantie zagen we één ransuil, maar na goed zoeken, telden we er uiteindelijk drie. De uilen zaten hoog in een dennenboom en waren door hun perfecte camouflage lastig te zien. Ze leken zich nauwelijks iets van ons aan te trekken en bleven roerloos zitten. Een van de uilen opende heel even de ogen maar dommelde al snel weer in. Bij een volgend bezoek aan de boom telde ik zelfs vier ransuilen, waarvan er één duidelijk in het zicht zat te dutten. Wat een geluk! Uiteraard heb Ik deze gelegenheid aangegrepen en van gepaste afstand wat foto’s gemaakt. De uil leek het allemaal prima te vinden en sliep onverstoorbaar door ...

rushh

(400 mm | iso 800 | F 4 | 1/100 sec)

Uitpluizen

Het is koud en er waait een stevige wind als ik eind maart, ruim voor de voorspelde regen een wandeling maak in een moerasachtig gebied. Ik hoop wat rietvogels als rietgors, baardman en misschien zelfs een blauwborst te kunnen fotograferen, maar verwacht er gezien de weersomstandigheden echter weinig van. Ik zie veel ganzen, enkele kuifeenden en een paar meerkoeten, maar de kleine vogels laten zich, zoals ik had verwacht nauwelijks zien. Op een bepaald moment wordt mijn aandacht getrokken door enkele lisdodden, in de volksmond ook wel rietsigaren genoemd, waarvan zo nu en dan wat zaadpluis waait. Op het eerste gezicht helemaal niet zo vreemd, want het waait immers flink, maar dan bedenk ik mij dat het misschien ook wel eens veroorzaakt zou kunnen worden door een foeragerende vogel. Als ik dichterbij kom, blijkt mijn vermoeden juist te zijn en ontdek ik een tweetal pimpelmezen, die druk bezig zijn de uitgebloeide lisdodden uit te pluizen. Hoewel de pimpelmees misschien niet de meest voor de hand liggende soort is die je in de rietbedden verwacht, verbaast zijn aanwezigheid me echter niet. De grote lisdodde is, net als de kleine lisdodde overigens, de waardplant van een kleine nachtvlinder, het lisdoddeveertje (Limnaecia phragmitella). De rupsen van deze vlinder overwinteren van september tot mei in het zaadpluis van de sigaren. Om het wegwaaien van de zaden tegen te gaan, maken ze een spinsel waardoor de zaden als een soort suikerspin aan de stengel blijven kleven. Pimpelmezen eten graag rupsen en weten die, net als de baardman en de buidelmees dan ook goed te vinden.
Door de harde wind kost het me moeite de pimpelmezen goed in beeld te krijgen. Bovendien laat het wuivende riet op de voorgrond, de autofocus van de camera regelmatig afketsen, maar uiteindelijk lukt het me toch een paar goede beelden te maken. Als de eerste regendruppels vallen, houd ik het voor gezien en pak mijn fotoapparatuur in. Het is mooi geweest. De pimpelmezen daarentegen, gaan onverstoorbaar verder. Ik kijk nog een laatste keer om en zie wat zaadpluis vliegen ...

pmldshh

(400 mm | iso 200 | F 4 | 1/500 sec)

Tuinvogels

Tuinvogels zijn populair. Gezien het uitgebreide assortiment aan voederplanken, nestkasten, vogelhuisjes, feeders, vetblokken en ander voer, kun je immers moeilijk anders concluderen dan dat veel mensen tuinvogels een warm hart toe dragen. De vele foto’s die op het internet verschijnen laten zien dat ze eveneens geliefd zijn bij menig natuurfotograaf. Dat is niet zo gek, want veel tuinvogels zijn een vertrouwd onderdeel van het dagelijkse leven waar het gehele jaar door en met een beetje inspanning, fraaie beelden van zijn te maken. Door hun min of meer ”vaste” aanwezigheid bieden ze fotografen ook de kans om op eenvoudige wijze, veel te weten te komen over hun gedrag en gewoonten, kennis die weer goed van pas komt bij het fotograferen. Bovendien zijn het prima onderwerpen als je bijvoorbeeld -even- weinig tijd hebt om er op uit te trekken.
Ook ik fotografeer graag vogels in de tuin. Het is ontzettend leuk, maar ook boeiend om er mee bezig te zijn. Mijn tuin is weliswaar niet groot, maar biedt met wat creativiteit toch tal van mogelijkheden. Om vogels te lokken, richt ik een plaats in waar ik regelmatig -verschillende soorten- voedsel verstrek, een voederplaats annex openlucht ”fotostudio”. Hiervoor zoek en verzamel ik van tevoren diverse natuurlijke fotogenieke takken of stronken, die als zitplaats en uitkijkpost kunnen worden gebruikt. Veel vogels gebruiken zo’n uitkijkpost namelijk vaak om in te schatten of de omgeving veilig is, alvorens ze naar het voedsel komen om te foerageren. Door hiermee bij het inrichten en opstellen van de voederplaats rekening te houden, probeer ik de vogels op de plaats te krijgen die ik in gedachten heb. Dit klinkt simpel, maar uiteraard is de praktijk vaak anders en lukt het lang niet altijd. Hoezeer de omstandigheden ook naar de hand kunnen worden gezet, vogels bepalen immers zelf of ze komen en wat ze doen. Gelukkig maar, want juist dat maakt het fotograferen van gewone tuinvogels voor mij iedere keer spannend en uitdagend.

pmshh

(400 mm | iso 800 | F 4 | 1/160 sec)

kmshh

(400 mm | iso 800 | F 4 | 1/200 sec)

rbshh

(400 mm | iso 640 | F 4 | 1/200 sec)

Steenuiltjes

Enthousiast door de vele fraaie foto’s van steenuiltjes die de laatste weken op internet circuleerden, heb ik vorige week, samen met Eline ook een bezoek gebracht aan de steenuilenhut van vogelfotograaf Glenn Vermeersch. We arriveerden om 5.00 uur in Kalmthout en ruim voor zonsopgang werden we door Glenn naar de hut gebracht, gelegen in een ruig en rommelig weiland, met wat vee, houtstapels en een schuurtje; de ideale biotoop voor steenuilen. Net na zonsopkomst zagen we al snel een steenuiltje landen op een weidepaaltje, op enige afstand van de hut. Rondkijken en uitgebreid veren poetsen volgden, maar neerstrijken voor de hut met het mooie licht van de opkomende zon zat er echter niet in.

susfshh

Later liet het steenuiltje zich wel regelmatig voor en in de buurt van de hut zien en konden we het prima fotograferen, met zowel zij- als tegenlicht. Ook hoorden we regelmatig het klagelijke geschreeuw van een jonge steenuil, dat zo nu en dan overstemd werd door twee hanen, die vanaf een kar in het weiland luid kraaiend van zich lieten horen. Het duurde echter ruim 2 uur voordat we daadwerkelijk een jong te zien kregen. Helaas niet voor de hut, maar op een houtstapel naast de hut, waar het jong regelmatig werd gevoerd. Vanuit onze positie niet de meest ideale plek voor goede foto’s, maar wel een plek die we in ieder geval konden zien ... En wat hebben we genoten van het schouwspel! Het was geweldig!

sushh1

supshh

sushh


Liggend op de grond ...

Lopend op het strand, werd mijn aandacht getrokken door een groepje opvliegende vogeltjes. De witte vlekken op de vleugels lieten er geen twijfel over bestaan dat het sneeuwgorzen moesten zijn. Het groepje streek verderop weer neer tussen het aanspoelsel op de vloedlijn en ging op zoek naar voedsel. Ik besloot een poging te wagen ze te fotograferen en ben de foeragerende vogels, die tussen het aanspoelsel en de rommel nauwelijks opvallen, voorzichtig en op gepaste afstand genaderd. Liggend op mijn buik met de camera op een rijstzak heb ik vervolgens gewacht totdat het groepje dichterbij kwam. Na enige tijd gebeurde dat ook en kon ik enkele foto’s maken, echter tot het moment dat er een loslopende hond mijn richting op kwam rennen en de sneeuwgorzen er vandoor gingen.

sgvlshh

(400 mm | iso 400 | F 4 | 1/250 sec)

sgfoeshh

(400 mm | iso 400 | F 4 | 1/250 sec)

Gelukkig trof ik bij een volgende wandeling weer sneeuwgorzen aan. Eerst op het strand en later op een dijk. De vogels waren erg meewerkend en lieten zich goed fotograferen. Omdat ik graag vanuit een laag standpunt fotografeer, ben ik ook hier op de grond gaan liggen. Bijkomend voordeel hiervan is dat vogels een liggend en amper bewegend mens minder snel als bedreiging zien. Nadeel is echter wel dat dit soms juist bij mensen de aandacht trekt… Zo ook bij die aardige man, die ineens achter me stond om zich ervan te gewissen of het wel goed met me ging ... Tja, het ziet er ook wel een beetje vreemd en bedenkelijk uit als iemand liggend en schijnbaar roerloos op de glooiing van de dijk ligt.

sgmshh

(400 mm | iso 200 | F 5.6 | 1/320 sec)

sgstrshh

(400 mm | iso 200 | F 5.6 | 1/320 sec)

sgshh

(400 mm | iso 200 | F 5.6 | 1/500 sec)

Sneeuwgorzen zijn alleen in de wintermaanden in Nederland te zien. Ze verblijven dan vooral langs de kust op stranden, dijken en schorren, waar ze vaak in groepjes naar voedsel zoeken. In de zomer broeden ze in het Noordpoolgebied., maar ook in Schotland, Scandinavië en op IJsland, In de broedgebieden eten ze voornamelijk insecten, maar in de winter als er weinig of geen insecten te vinden zijn, schakelen ze om naar zaden. Vanaf maart vertrekken ze vanuit hun overwinteringsgebieden weer naar het hoge noorden.

sgptshh

(400 mm | iso 200 | F 6.3 | 1/640 sec)

Verborgen

Twee jaar geleden hebben we in onze tuin, een uit drie compartimenten bestaande nestkast voor mussen opgehangen. Helaas hebben er tot op heden nog geen mussen in gebroed, maar de kast wordt wel het hele jaar door dankbaar gebruikt door kool- en pimpelmezen. In de winter als slaapverblijf en in het voorjaar als nestkast. Het eerste jaar broedde er een koolmees in en dit jaar een pimpelmees. Vorige week trof ik in de hortensia twee jonge pimpelmezen aan, die net de nestkast hadden verlaten. Hulpeloos, af en toe roepend en goed verborgen zaten de twee kleine (en ze echt héél erg klein) kwetsbare bolletjes te wachten op de komst van één van beide ouders. Om het voeren -dat onafgebroken plaatsvindt- niet te verstoren, heb ik snel enkele foto’s gemaakt en de beestjes verder met rust gelaten. De rest van de middag heb ik wel zo en nu en dan eens gekeken hoe het ze verging. De kleinste van de twee heeft urenlang -bijna roerloos- in de hortensia gezeten. De andere daarentegen, fladderde af en toe wat onbeholpen rond in de tuin. De eerste dag zijn de twee gelukkig goed doorgekomen, want net voor het donker werd zaten ze allebei goed verstopt en klaar voor de nacht in de vlinderstruik. De volgende dag zat er nog maar één meesje in de tuin. De andere heb ik niet meer gehoord of gezien. De vliegoefeningen van het overgebleven meesje, werden steeds serieuzer en genietend van de zon, waren mijn dochter en ik die middag getuige van een heuse korte vlucht. Bijgestaan door beide ouders heeft het beestje zich in ieder geval nog tot laat in de avond in de tuin opgehouden, maar hoe het de kleine verder is vergaan weet ik niet, want de volgende dag was het uit de tuin verdwenen. Hopelijk een lang leven tegemoet…

hishh

Sijsjes

Sijsjes zijn het hele jaar door in Nederland te zien, maar in de winter worden ze het meest waargenomen. In de omgeving van mijn woning zijn deze kleurrijke vogeltjes met hun gevorkte staart ieder jaar weer te vinden in de elzen, waar ze zich tegoed doen aan de zaden van deze bomen. Zo ook dit jaar. Als volleerde acrobaten hangen ze regelmatig ondersteboven aan een tak, als ze met hun scherp gepunte snavel de kleine zaadjes uit de elzenproppen peuteren. Naast de zaden van elzen, eten sijzen ook zaden van berken en naaldbomen. Bovendien zijn ze gek op pinda’s en in de winter en het vroege voorjaar zijn ze dus ook wel op pindanetjes en feeders in tuinen te vinden. Het zijn sociale vogels, die bijna altijd in kleine of grote groepen rondtrekken, waarbij ze voortdurend luid kwetterend en fluitend naar elkaar roepen. Dit voorjaar bezocht een kleine groep sijzen ook de pindafeeders in mijn tuin. Met een behendigheid die veel gelijkenis vertoont met die van mezen en er zeker niet voor onder doet, werden de pindastukjes beheerst en vakkundig door het gaaswerk gewurmd en opgegeten. Meestal vlogen de sijzen niet rechtstreeks naar de feeder, maar vaak werd eerst een in de aanvliegroute staande kerstboom aangedaan. En deze kerstboom heb ik dan ook gebruikt als setting voor enkele fotosessies, waarbij ik er bewust voor gekozen heb de vogels niet beeldvullend vast te leggen.

stshh

shashh

sisshh

Wintergasten

In de tuin van mijn ouders staan twee oude appelbomen, die eigenlijk al jaren geen mooie appels meer voortbrengen. Hoewel ze klein, hard en niet echt lekker zijn om zo in te happen, bewaart mijn vader toch ieder jaar trouw, de bescheiden oogst. Mijn moeder verwerkt ze namelijk in de appeltaart -waar ze heel erg geschikt voor zijn- en de rest wordt in de winter aan de vogels gevoerd. Doorgaans doen merels en spreeuwen zich tegoed aan de appeltjes, maar tijdens de inmiddels -helaas- afgelopen vorst- en sneeuwperiode, kwamen er ook kramsvogels op af. De kramsvogel is in Nederland vooral een wintergast. In het najaar trekt de soort -soms massaal- weg vanuit Scandinavië en Rusland richting West-Europa. Het is een forse merel, die duidelijk herkenbaar is aan de grijze kop en stuit. Kramsvogels foerageren vaak in groepen op open graslanden op zoek naar wormen en andere ongewervelde dieren, maar ze komen ook af op afgevallen fruit en besdragende struiken, als duindoorn, vlier en lijsterbes. Bij strenge vorst en sneeuw zoeken ze ook wel tuinen en soms zelfs voerdertafels op. Zo kwamen ze dus ook in de tuin van mijn ouders terecht. In eerste instantie slechts een paar, maar later zelfs enkele tientallen exemplaren. Voor mij natuurlijk een uitgelezen kans om deze prachtige vogels te fotograferen in winterse sferen. Tijdens enkele grijze dagen heb ik me onder andere gericht op het maken van "high-key" achting beelden. Sneeuw moet altijd worden overbelicht (+ compensatie op de camera), maar door net iets meer over te belichten, vallen de details in de sneeuw bijna helemaal weg en ontstaat een soort "high-key" effect.

kvashh

(F 4 | iso 200 | 1/200 sec | + 1.3 EV | @ 250 mm)

kvhshh

(F 4 | iso 200, | 1/250 sec, | + 1.3 EV | @ 220 mm)

Kramsvogels zijn agressieve baasjes. Voedselconcurrenten, zoals merels en lijsters maar zeker ook soortgenoten, worden op afstand gehouden of fel verjaagd. De vogels spreiden hierbij een kortstondig intimiderend gedrag tentoon, waarbij ze zich groot maken, de vleugels laten afhangen, de staart spreiden en soms ook de snavel iets openen. Meestal is dit gedrag afdoende, maar soms komt het tot een schermutseling, waarbij de vogels tegen elkaar opvliegen. De sneeuwperiode kende gelukkig ook een aantal zonnige dagen, waarop ik foto’s heb gemaakt. Andere, vooral kleurige beelden waarop de gele tinten van de kramsvogel goed afsteken tegen de blauwe schaduwen op de sneeuw. Eén vogel waagde zich zelfs zo dichtbij, dat het mogelijk was een portretje te maken.

kvisshh

(F 4 | iso 200 | 1/1000 sec | + 0.7 EV | @ 400 mm)

kvisoshh1

(F 4 | iso 200 | 1/400 sec | + 1.0 EV | @ 400 mm)

kvpshh

(F 7.1 | iso 200 | 1/250 sec | + 0.3 EV | @ 400 mm)

Toch nog ...

AI heel lang overwinteren er velduilen aan de zuidkust van Schouwen-Duiveland en ieder jaar komen daar veel vogelaars en fotografen op af. Ook ik heb me deze winter een keer in de lange rij van fotografen geschaard op de Oosterscheldedijk nabij Burghsluis om een velduil te fotograferen. Het resultaat liet helaas te wensen over en bovendien stond de massale belangstelling me vreselijk tegen, zodat het slechts bij één keer is gebleven. Maar door de vele foto’s van Zeeuwse velduilen die op het internet voorbij kwamen, ging het uiteindelijk toch weer kriebelen. Velduilen zijn immers prachtige en intrigerende vogels, waar ik heel graag een aantal mooie beelden van zou willen maken. In de hoop dat de velduilengekte een eind voorbij zou zijn, ben ik in het vroege voorjaar een paar keer terug geweest. En inderdaad, het aantal rijdende schuilhutten met lange uitstekende telelenzen bleek mee te vallen. De velduilen waren overigens wel goed vertegenwoordigd. Eén keer heb ik zelfs zes exemplaren zien jagen. Een prachtig schouwspel, waar ik erg van heb genoten. Actiefoto’s heb ik niet kunnen maken, maar wel een aantal portretten in avondlicht. Het zullen zeker niet de laatste foto’s zijn, want ik ga zeker nog eens terug.

vibshh

vushh

vupshh

Toevallige ontmoeting ...

Door allerlei omstandigheden heb de afgelopen tijd amper gefotografeerd, maar vorige week ben ik er voor het eerst in het nieuwe jaar eindelijk weer eens lekker op uit getrokken. Rijdend in de polder wordt mijn aandacht al snel getrokken door een grote grijze vogel die aan de rand van een klein maïsveld aan enkele afgestorven planten pikt. Even is er een moment van ongeloof, dat echter al snel omslaat in euforie, want daar staat een heuse kraanvogel! Een kraanvogel op deze plek en zo dichtbij (ongeveer 50 meter van de weg), is echt fantastisch! Het dier loopt enigszins mank, maar oogt niet verzwakt en lijkt verder gezond. Vanuit de auto sla ik de gracieuze vogel gade en maak enkele foto’s. Na enige tijd houdt de kraanvogel het voor gezien en gaat op de wieken om vervolgens op een naburige omgeploegde akker weer neer te strijken. Ik vervolg mijn weg, maar neem me voor om op de terugweg nog een kijkje te nemen bij het maïsveld. Een paar uur later tref ik de kraanvogel wederom aan, maar nu op grote afstand van de weg. Ik besluit daarom een poging te wagen, de vogel te voet te benaderen. In de dekking van het maïsveld lukt het me om redelijk dichtbij te komen en eenmaal in positie, laat de kraanvogel zich vrij makkelijk fotograferen. Thuis kom ik na wat zoekwerk tot een verrassende ontdekking. Het blijkt namelijk om een echte Zeeuwse beroemdheid te gaan. Een kraanvogel met een kwetsuur aan de rechterpoot, die hoogstwaarschijnlijk als gevolg daarvan inmiddels al bijna twee maanden in de polder bij Westenschouwen bivakkeert. Naar ik begrijp heeft de vogel veel bekijks getrokken en zelfs aandacht gehad in de pers, maar klaarblijkelijk is alle aandacht en berichtgeving volledig aan mij voorbij gegaan. Nu maar hopen dat deze prachtige vogel het zal redden en zich uiteindelijk weer bij zijn of haar soortgenoten kan voegen.

kvshh

"Hangjongeren"

Iedere winter voer ik de vogels bij met zaden, pinda's, appels, rozijnen en vetbollen. In de eerste plaats om de vogels een handje te helpen, maar zeker ook omdat ik erg kan genieten van de bedrijvigheid op en rondom de voederplaatsen. Vorig jaar heb ik voor het eerst ook gedurende het voorjaar en de zomer, een pindafeeder in de tuin laten hangen. Mezen en huismussen hebben er vooral in het broedseizoen dankbaar en veelvuldig gebruik van gemaakt en tot mijn grote verrassing heb ik zelfs een paar keer een Grote bonte specht zien foerageren. Ook dit jaar is de pindafeeder blijven hangen. Naast de gebruikelijke bezoekers, verscheen half mei ook de Grote bonte specht voor het eerst weer ten tonele. Een schuw mannetje dat meestal in de vroege ochtend- en avonduren een pindaatje kwam scoren. Enkele weken daarna werd onze tuin zelfs bezocht door een heus spechtengezinnetje; vader, moeder en twee koters. Ieder dag kwamen de ouders foerageren, terwijl beide jongen, ongeduldig op de schutting zaten te wachten, totdat ze werden gevoerd. Na een kleine twee weken was het tijd om op eigen benen te staan en verdwenen Pa en Ma van het toneel. Beide kids bleven gelukkig hangen. Iedere dag bezochten ze met enige regelmaat de feeder. Voor mij natuurlijk een mooie gelegenheid om ze eens van dichtbij te fotograferen. Observatie leerde, dat de spechten, voordat ze aan de feeder gingen hangen, eerst een tussenlanding op de muur maakten en vervolgens rondkeken of de kust veilig was. Aangezien ik ze graag op een boomstam wilde fotograferen, heb ik een oude berkenstam in de buurt van de feeder neergezet om dienst te doen als landingsplaats. De stam werd al snel in gebruik genomen en was tevens een prima plek om achter te verstoppen als er teveel menselijke activiteit in de woonkamer werd opgemerkt. Hoewel de twee spechten ieder keer op de stam landden, bleek het nog niet zo makkelijk ze goed in beeld te krijgen. Vaak landden ze achter de stam en speelden letterlijk verstoppertje, soms klommen ze razendsnel tegen de stam omhoog of was de tussenlanding zo kort dat ik niet eens de kans kreeg om ze in beeld te krijgen. Maar na een flinke dosis geduld is het me uiteindelijk gelukt om ze goed vast te leggen. Klassieke beelden, maar wel beelden waar ik blij mee ben en bovendien heb ik erg genoten van de observaties en fotosessies. De beide "hangjongeren" hebben de feeder overigens tot begin augustus bezocht en lijken nu definitief verdwenen. Jammer, maar ik kijk alvast vol verwachting uit naar volgend jaar.

gbsbshh2

gbsbshh1