Blog

Blog

rew

Zoogdieren

Vleermuizen

Krassende geluiden die onder het dak van ons huis vandaan komen, doen ons zo’n 10 jaar geleden vermoeden dat er muizen op de zolder zitten. Gelukkig komen we er vrij snel achter dat het geen muizen, maar vleermuizen zijn die onder de dakpannen huizen. Onschadelijk en niets om ons zorgen over te moeten maken! Het blijkt om een kraamkolonie dwergvleermuizen te gaan, hoogstwaarschijnlijk de gewone dwergvleermuis. Deze vleermuis zoekt in de zomer -vaak in grote aantallen- vooral gebouwen op om jongen te baren en groot te brengen. De daaropvolgende jaren doet ons huis nog regelmatig dienst als kraamplaats en ook deze zomer nemen de vleermuizen wederom hun intrek. Vanaf het terras in onze achtertuin tellen we op een warme zomeravond 39 vleermuizen, die in de schemering vanuit de punt van het dak uitvliegen om te gaan jagen. Behalve dat de vleermuizen deze zomer wat meer lawaai produceren, verloopt de kraamperiode zonder verdere bijzonderheden, totdat onze dochter eind juli in de vroege ochtend een vleermuis op haar slaapkamer ontdekt … en we tot een bevrijdingsactie moeten overgaan. Om bloedvergieten te voorkomen sluiten we in allerijl onze katten op en proberen vervolgens het raam op haar slaapkamer open te zetten. Voordat het zover komt, vliegt het beestjes via het trapgat naar beneden, waar het zich in de hal aan het gordijn van de voordeur vastklampt. We openen snel de schuifpui in de woonkamer in de hoop dat de vleermuis daar naar buiten zal vliegen, maar een poging de woonkamer te bereiken, doet het beestje echter -zacht- op de grond belanden, waarna het kruipend een weg door de woonkamer zoekt. Als de vleermuis onder een kast dreigt te kruipen, pakken we het onfortuinlijke beestje uiteindelijk voorzichtig met handschoenen op en geven het buiten in de schemering de vrijheid. Een dag later treffen we tot onze verbazing opnieuw een vleermuis aan, hangend aan het plafond tegen de muur in de keuken. Aangezien het al een paar uur licht is, besluiten we geen actie te ondernemen en de in diepe slaap verzonken vleermuis te laten hangen tot de schemering valt. De “hangplek” is licht en alles behalve rustig, maar de vleermuis lijkt er weinig last van te hebben. De hele dag hangt het beestje bijna roerloos met gesloten ogen aan het plafond. Die avond zetten we de schuifpui wagenwijd open en tien minuten nadat de eerste vleermuizen vanuit de punt van het dak uitvliegen, slaat ook onze “huisvleermuis” zijn vleugels uit en vliegt zonder problemen naar buiten.

dvmshh


dvmefshh

Richmond Park

In de herfstvakantie heb ik in gezelschap van m’n gezin een stedentrip naar Londen gemaakt, waar ik in de vroege ochtenduren een aantal korte fotobezoeken aan Richmond Park heb gebracht. Richmond Park is een van de acht Koninklijke Parken die Londen rijk is en tevens de grootste. Ooit werd het door Koning Charles I als jachtdomein gebruikt, maar tegenwoordig is het een natuurgebied van circa 10 km2 met bos, ruige open vlakten, grasland en eeuwen oude eikenbomen. Het Park herbergt onder andere een grote populatie dam- en edelherten, die gewend zijn aan mensen en weinig schuw zijn.
Oscar Dewhurst, een in Londen woonachtige natuurfotograaf, die veel in Richmond Park fotografeert, was zo vriendelijk mij rond te leiden en enkele goede fotostekken te laten zien (Thank you very much for showing me around, Oscar). Handig want zo heb ik in vrij korte tijd veel kunnen zien en fotograferen. Vooral de in herfstkleuren getooide varens, die in groten getale in het park voorkomen waren erg fotogeniek. De herten vertoeven graag in deze vegetatie en uiteraard heb ik de mogelijkheid benut er enkele beelden van te maken.

ehhtvshh


ehtvshh

De bronst van zowel de dam- als edelherten was in volle gang en bood ook volop fotomogelijkheden. ik heb me echter vooral op de edelherten gericht, aangezien de bronst van deze soort voor mij minder bekend was dan die van het damhert. Het heeft mij mooie, maar ook boeiende momenten gebracht en bovendien veel beelden opgeleverd.

ehvshh


ehbshh

In alle vroegte ...

Twee weken geleden heb ik samen met m’n gezin een aantal dagen in het Gooi doorgebracht. Terwijl mijn gezinsleden nog op één oor lagen, ben ik in alle vroegte een paar keer naar de heide geweest om reeën te fotograferen. De weersomstandigheden waren prima. De aanwezige nevel was een goed uitgangspunt voor sfeerbeelden en met een mooie zonsopkomst in het verschiet, besloot ik te beginnen met tegenlichtopnamen. Leuk bedacht natuurlijk, maar om de beoogde beelden te kunnen maken, moest ik alleen nog wel even een ree zien te vinden. Er zat dus niets anders op dan maar gewoon op pad te gaan en hopen op een beetje geluk. Gelukkig leverde mijn zoektocht al snel resultaat op en na een omtrekkende beweging kon ik mij uiteindelijk tegen de zon in positioneren en onder andere deze opname maken.

rtshh

Ook de bronst is niet aan mij voorbij gegaan. De bronst- of paartijd van het ree loopt van half juli tot half augustus. De reebok gaat in deze periode op zoek naar een bronstige reegeit. Bronstige geiten scheiden geurstoffen af, waar bokken door worden aangetrokken. Bovendien maken ze een geluid (fiepen), waar de de reebokken op af komen. Heeft de bok eenmaal een geschikte geit gevonden, dan achtervolgt hij haar, terwijl zij voortdurend wegrent. De geit houdt de bok in het begin op afstand, maar geleidelijk aan laat ze hem dichterbij komen. Ze lopen dan in rondjes of "achtjes" vlak achter elkaar, waarbij de bok z’n neus tegen haar geslachtsorgaan duwt. Hij trekt z’n bovenlip op, likt en peilt of de tijd rijp is. Dit wordt flemen genoemd. Het is echter de reegeit die het tijdstip bepaalt waarop ze gedekt wordt. De paring is kort, maar vindt doorgaans meerdere malen achter elkaar plaats. De bronstigheid van de geit duurt ongeveer 4 dagen. Gedurende deze blijft het tweetal bij elkaar en wordt de reegeit meerdere keren gedekt (beslagen). Als de bronstigheid van de geit wegebt, gaat de reebok op zoek naar een andere bronstige geit. Op een open plek in de heide ben ik getuige geweest van de bronstperikelen en heb ik zelfs drie keer een paring gezien. Prachtig om te zien, hoewel ik me wel een beetje voyeur voelde ...

rashh


prshh

Eekhoorntjes

Enkele weken geleden bood natuurfotograaf Edwin Kats, de gelegenheid om vanuit zijn zelf gebouwde fotohut, eekhoorntjes te fotograferen, eventueel met gebruikmaking van één van zijn lenzen. Een geweldige gelegenheid die ik dan ook graag te baat heb genomen. Vorige week was het zover en ben ik in alle vroegte afgereisd naar de Veluwe. Na een gastvrije ontvangst nam ik omstreeks 07.20 uur plaats in de hut, waar ik vanuit twee kijkgaten zicht had op een mooie en vooral natuurlijke setting. De eekhoorntjes lieten zich regelmatig zien en goed fotograferen, al was de één wel wat coöperatiever dan de ander. Naast mijn eigen objectief, heb ik ook met de Nikkor 200-400mm f4 VR van Edwin gefotografeerd. Van de resultaten (van de onderstaande beelden, zijn de laatste twee met dit objectief gemaakt), was ik erg onder de indruk; haarscherpe beelden, zelfs met diafragma f4. Al met al een heel leuke ochtend waar ik met erg veel plezier op terugkijk. Ik heb erg genoten van de eekhoorntjes en vooral van de capriolen die ze uithalen.

rezshh


rewshh


restshh

Zeehonden bij zonsondergang

De spuisluis in de Brouwersdam, is een bekende locatie om zeehonden te spotten. Vooral in de weekenden vormen de grijze en gewone zeehonden hier soms een heuse toeristische attractie. De dieren zijn vaak te zien bij afgaand water en alle menselijke belangstelling is hen inmiddels niet vreemd meer. Zo zijn ze regelmatig spelend en nieuwsgierig rondkijkend te aanschouwen, maar ook foeragerend. De sluis is namelijk een goede plaats om te jagen en zo nu en dan wordt er aan de oppervlakte, uitgebreid een gevangen vis genuttigd. Inmiddels heb ik al menig uurtje op deze plek doorgebracht, zowel met als zonder fototoestel en elke keer weer, blijf ik het erg leuk vinden om de dieren bezig te zien. Mijn fotografische bezoeken plan ik meestal van te voren en altijd op de wat minder drukke weekdagen. Zoals enige tijd geleden op een mooie voorjaarsavond. Een avond met de juiste ingrediënten voor het maken van sfeerbeelden. Heerlijk weer, een kalme zee, een prachtige zonsondergang en een paar gewillige grijze zeehonden ...

gzbshh2-1

gzbshh1-1

Vondst

Ieder jaar werpen damherten hun gewei af. Het is een proces dat zich onder invloed van hormonen voltrekt. De oudere, volwassen herten verliezen hun gewei het eerst en later volgen de jongere en nog niet volwassen herten. Bij damherten, speelt dit proces zich grofweg af in de maanden april en mei. In de omgeving van mijn woonplaats leven veel damherten en in het voorjaar, kijk ik dan ook altijd uit naar afgeworpen geweistangen. Ik heb inmiddels twee grote, nagenoeg onbeschadigde stangen in mijn bezit en enkele dagen geleden stuitte ik bij toeval op een tweede set. Erg leuk, want de twee kleine stangen, afkomstig van een jong damhert, lagen in een grasland op nog geen 100 meter van mijn woning. Het afwerpen gebeurt onder invloed van osteoclasten, cellen die het bot week maken en uiteindelijk zorgen, dat het gewei bij de aanhechting op de kop afbreekt. Onderstaande foto toont het breukvlak van een afgeworpen geweistang. Soms breken de stangen gelijktijdig af, maar het komt ook voor dat de tweede stang pas na enkele dagen valt. Direct na het afwerpen begint de vorming van een nieuw gewei, dat omgeven is door een fluwelen huid, het zogenaamde bastgewei. De fluwelen huid, wordt bast genoemd en is rijk aan bloedvaten, die het gewei van bouwstoffen voorzien. Maar de bast bevat ook veel zenuwen, die het groeiende gewei erg gevoelig maken. Dit is dan ook de reden dat gevechten in deze periode worden vermeden. Na ongeveer 4 maanden, -in de maand augustus- is het gewei volgroeid. De basthuid sterft af en laat los. Dit gaat gepaard met jeuk, waardoor het hert zijn gewei regelmatig langs bomen en takken schuurt, ook wel vegen genoemd. De huid hangt dan vaak als losse flappen aan het gewei. Nadat alle huid is afgeveegd, is de cyclus doorlopen. Het gewei is dan ongevoelig en zal alleen nog wat verkleuren. Een gewei is vooral bedoeld om te imponeren maar als het nodig is, ook om af en toe een robbertje mee te vechten. Ieder jaar groeit het gewei met het hert mee en wordt in de regel steeds groter en imposanter. Echter, de kwaliteit van de biotoop en de gezondheid van het hert spelen hierbij een grote rol, aangezien de vorming van een gewei veel mineralen (calcium) en energie vergt. Bij oude "bejaarde"herten stokt de groei van het gewei op een bepaald moment en zal het gewei juist in omvang en kwaliteit afnemen. Dit wordt terugzetten genoemd.

bgbshh1

Treerat

In de herfstvakantie, heb ik samen met mijn gezin een weekje doorgebracht in het Nationaal Park New Forest in Zuid-Engeland. Een gebied waar de grijze eekhoorn in groten getale voorkomt. Iedere ochtend waren ze in de tuin van ons logeeradres te vinden, waar ze rond een oude dikke eikenboom eikels verzamelden, die vervolgens op diverse plaatsen in de tuin werden verstopt. Een interessant en vooral amusant tafereel om gade te slaan. Toch is dit kleine schattige diertje verre van populair in Engeland. Ooit ingevoerd vanuit de Verenigde Staten, heeft de grijze eekhoorn zich daar bijzonder goed aangepast en is de populatie in de loop der jaren zo uitgebreid, dat zij de inheemse rode eekhoorn bijna helemaal verdreven heeft. Dit komt onder andere doordat het diertje drager is van een virus waartegen de rode eekhoorn niet bestand is. Bovendien veroorzaakt de grijze eekhoorn veel schade aan bomen door de schors weg te knagen. "Treerats" worden ze in Engeland dan ook wel genoemd en in de hoop de aantallen te reduceren is er zelfs een ware heksenjacht tegen ze ontketend. Nu was deze problematiek me niet geheel vreemd, maar ik was toch enigszins geschokt toen ik ontdekte dat het vlees van deze diertjes tegenwoordig volop in de Engelse slagerijen en supermarkten is te verkrijgen. Alle problematiek ten spijt, is mijn kijk en vooral die van mijn kinderen op de "treerat" louter positief. Het is gewoon een leuk acrobaatje, met een hoog knuffelgehalte.

gsbsh

Damhertenbronst

De paartijd van damherten wordt bronsttijd genoemd en vindt plaats tussen medio oktober en begin november. Normaal leven de vrouwtjes (hinden) en de mannetjes (herten) gescheiden van elkaar in roedels. De herten in mannenroedels en de hinden met hun kalveren in kaalwildroedels. Tegen de tijd dat de bronst aanbreekt, worden de herten onrustig en vallen de mannenroedels uiteen. Herten die nog te jong zijn om deel te nemen aan de bronst komen dan vaak nog wel in aparte groepjes voor. Damherten zijn niet territoriaal maar in de aanloop naar de bronst, veroveren de oudere herten hun eigen territorium, de bronstplaats. Ze markeren de bronstplaats door met hun kop tegen boompjes en struiken te vegen, maar ook door het krabben van ondiepe kuilen (bronstkuilen) die met urine worden besproeid. Bovendien slaan ze regelmatig met hun gewei tegen bomen en struiken. Concurrenten of indringers worden verjaagd of met gevechten buiten het territorium gehouden. Op de bronstplaats is het hert regelmatig liggend te zien in zijn bronstkuil, wachtend op bronstige hinden of onrustig heen en weer lopend waarbij hij een kenmerkend geluid laat horen, het zogenaamde burlen. Het burlen is het best te omschrijven als een enigszins gedempt knorrend geluid. De hinden verlaten de kaalwildroedel -soms vergezeld van een kalf of smaldier- om de herten op te zoeken bij hun bronstplaats. Zodra een hert een hinde heeft uitgekozen volgt hij haar enige tijd, waarna als de hinde er voor open staat, de paring plaatsvindt. In de bronsttijd is de hals van een hert verdikt, waardoor de adamsappel goed opvalt. Dit is goed te zien bij het kapitale hert op de foto.

dmbshh1

Nestje

Als je zoon thuis komt van zijn voetbaltraining, met een verhaal over een nest konijntjes dat op het voetbalveld is ontdekt, ben je enthousiast. Als je vervolgens hoort dat het nest voor de kleedkamers onder een rek met borstels zit, ben je vooral verbaasd. "Ik wijs je het nestje morgen voor de wedstrijd wel even, Mam". Zo gezegd, zo gedaan. De volgende avond laat mijn zoon mij het nestje zien. Het is helemaal open, maar toch redelijk goed beschermd door het rek met borstels. De vijf kleintjes liggen in een ondiep kuiltje, bedekt met gras en een flinke hoeveelheid nesthaar, hebben de oogjes open, zitten goed in de vacht en lijken allemaal gezond. Ze genieten die avond grote belangstelling van de kinderen. Begrijpelijk, want het is ook erg schattig. Uniek ook, aangezien ze normaal in een nestholte dieper onder de grond liggen. Konijntjes worden kaal en blind geboren. De moederzorg is zeer beperkt en meestal worden de jongen maar Eén keer per dag gedurende een paar minuten, gezoogd. Na 10 dagen openen ze de ogen en na ongeveer 3 weken verlaten ze het nest. De volgende morgen ga ik vergezeld van mijn fotocamera, terug naar het nest om deze bijzondere situatie vast te leggen. De vijf konijntje zijn er nog en verkeren in goede gezondheid. Het is prachtig weer en ze koesteren zich heerlijk in het zonnetje. De kleintjes laten zich gewillig fotograferen, maar zijn wel erg beweeglijk. Ik vermoed dan ook dat het niet lang meer zal duren voordat ze nest zullen verlaten. Enige dagen later, blijkt mijn vermoeden juist te zijn, want naar verluidt hebben ze de volgende dag het nest verlaten ... En nu maar hopen dat ze het allemaal zullen redden.

nkbshh

Een bijzondere wildervaring

Na een paar uurtjes in een natuurgebied te hebben rondgestruind, zit de fotoapparatuur weer in mijn rugtas en ga ik op weg naar mijn fiets, als op een bospad mijn aandacht wordt getrokken door een luid kwinkelerende vogel. Ik besluit op het geluid af te gaan om te achterhalen welke vogel daar zo'n vrolijk liedje zit te verkondigen en stap geconcentreerd luisterend, van het bospad af. Amper drie stappen verder wordt die concentratie abrupt verbroken en klinkt er een krakend geluid onder mijn schoen; ik trap op een tak! Even denk ik: "weg vogel!", maar die gedachte is vrijwel direct verdwenen als er op datzelfde moment geritsel, gekraak en gedempt hoefgetrappel klinkt. Ik schrik, kijk om me heen en mijn blik kruist een vluchtend damhert. Het blijkt een mannetje met een fors gewei te zijn, dat kennelijk door mijn lawaai is opgeschikt. Het beest maakt zich met grote sprongen uit de voeten, daarbij moeiteloos hindernissen, als gevelde bomen en zijn weg versperrende struiken nemend, om vervolgens achter een aantal dikke bomen uit mijn zicht te verdwijnen. Als het beest een ogenblik later weer in mijn blikveld verschijnt en verder wegrent, registreer ik iets vreemds en begin serieus aan mijn waarnemingsvermogen te twijfelen. Ik ben er immers zeker van dat ik een mannetje heb zien vluchten, terwijl ik ogenschijnlijk een hinde zie. Ik kijk nog eens goed of er misschien niet meer herten in de buurt zijn, maar bespeur echt alleen maar dat ene damhert. Mede gezien de tijd van het jaar -het is half april- dringt het echter al snel tot mij door dat dit maar één ding kan betekenen: het damhert heeft tijdens zijn vlucht, beide geweistangen afgeworpen! Enthousiast en in gedachten al bij mijn zoontje, waar ik drie dagen geleden nog een vruchteloze zoektocht naar afgeworpen geweistangen mee heb gemaakt, loop ik ingespannen de bosbodem afzoekend, in de richting van de dikke bomen. Ik kan mijn geluk dan ook niet op als het zoeken wordt beloond met twee prachtige, nagenoeg onbeschadigde geweistangen. Eenmaal op de fiets naar huis -beide stangen in de hand vasthoudend- heb ik veel bekijks en realiseer me dat ik een geweldige en onvergetelijke wildervaring rijker ben. En mijn zoontje: die is haast nog enthousiaster dan ik en heeft de stangen de volgende dag vol trots mee naar school genomen. Echter vastbesloten er ooit ook zelf een te vinden ...

Gepubliceerd in het tijdschrift Grasduinen, oktober 2008.